In het woud bestaat noch kudde, noch herder
Wanneer de winter voortgaat, volgt hij zijn eigen weg zoals de lente doet
De mensen zijn geboren als slaven van hem die onderwerping verafschuwt
Als hij op een dag opstaat, wijst hij hun de weg, en zij zullen met hem meelopen
Geef mij de fluit en zing!
Het gezang is het voedsel van de geest
En de klacht van de fluit houdt langer stand dan kudde en herder

In het woud bestaat geen onwetende of wijze
Wanneer de takken bewegen, buigen zij voor niemand
De menselijke kennis is illusoir als de nevel van de velden
die vervliegt wanneer de zon aan de horizon opkomt
Geef mij de fluit en zing!
Het gezang is de beste kennis,
en de klacht van de fluit overleeft het fonkelen van de sterren

In het woud bestaat slechts de herinnering aan de liefdevolle mensen
Zij die de wereld beheersten en onderdrukten en veroverden,
hun namen zijn als letters van de namen van misdadigers
Een veroveraar onder ons is hij die weet lief te hebben
Geef mij de fluit en zing!
En vergeet het onrecht van de onderdrukker
Want de lelie is een kelk voor dauw en niet voor bloed

In het woud is er geen criticus noch censor
Als de gazellen verstoord raken wanneer zij een metgezel zien,
zegt de arend niet: ‘Wat vreemd’ Een wijze onder ons is hij die slechts
vreemd acht wat vreemd is Ach, geef mij de fluit en zing!
Het gezang is de beste waanzin en de klacht van de fluit overleeft de bedachtzamen en de redelijken

In het woud bestaan geen vrije mensen of slaven
Alle glorie is ijdel als bubbels in het water
Wanneer de amandelboom zijn bloesem over de doornstruik werpt,
zegt hij niet: ‘Hij is verachtelijk en ik ben een groot heer’
Geef mij de fluit en zing!
Want het gezang is ware glorie en de klacht van de fluit overleeft de edele en de gemene

In het woud bestaat geen sterkte of zwakte
Wanneer de leeuw brult zeggen zij niet: ‘Hij is geducht’
De menselijke wil is slechts een schaduw die dwaalt in de ruimte
van de gedachte en het recht van de mensen verwelkt als herfstbladeren
Geef mij de fluit en zing!
Het gezang is de kracht van de geest en de klacht van de fluit overleeft het uitdoven van de zonnen

In het woud is er geen dood noch nood
De vreugde sterft niet wanneer de lente voorbijgaat
De angst voor de dood is een hersenschim die zich in het hart sluipt
Want wie een lente beleeft, is alsof hij eeuwen heeft geleefd
Geef mij de fluit en zing!
Het gezang is het geheim van het eeuwige leven en de klacht van de fluit zal voortduren nadat het bestaan is geëindigd.

Gedicht: Kalil Gibran

Na Floresta 1