Er wordt gezegd dat Bhagavan Krishna elke dag door de tuinen liep en tegen alle planten zei: Ik hou van jullie!

Alle planten voelden zich zeer gelukkig en raakten er ook aan gewend om te antwoorden: Krishna, wij houden ook van U!

Op zekere dag echter kwam Sri Krishna, zeer verontrust, die tuinen binnen. Een bamboe, die Zijn onrust opmerkte, vroeg Hem: Heer, wat is er mis?

De Bhagavan antwoordde: Ik heb een zeer moeilijk verzoek!

De bamboe antwoordde: Zeg het mij, Heer, want als ik het kan, zal ik U zeer graag van dienst zijn.

Sri Krishna zei toen tegen hem: Ik moet u doorsnijden.

De bamboe dacht enige tijd na en antwoordde: Hebt U geen andere keuze? Is er geen andere uitweg?

De Bhagavan weerlegde: Nee, er is geen andere uitweg.

Zelfs zonder volledig te begrijpen wat er gebeurde, zei de bamboe tegen Hem: Ja, Heer. In dat geval geef ik mij aan U over.

Sri Krishna sneed toen de bamboe door, schaafde hem en maakte er enkele diepe wonden in. Bij elke beweging wankelde de bamboe van pijn.

Aan het einde van het hele proces besefte de bamboe dat de Bhagavan hem tot zijn kostbare fluit had gemaakt. Sinds die dag is hij nooit meer weggeweest uit het gezelschap van de Gezegende Heer.

Zelfs de Gopis (toegewijden van Krishna), die dat zagen, voelden zich achtergesteld. Toen zij merkten dat de Heer al zijn tijd doorbracht in het gezelschap van die fluit, besloten zij de fluit te vragen: de Heer is altijd bij u! Vertel ons het geheim daarvan!

De bamboefluit zei tevreden tegen hen: het geheim is van binnen leeg te zijn!

A Flauta de Krishna 1